De COVID-illusie wetenschappelijk ontmanteld.

Translate into English

Dr. Tom Cowan heeft een boekje gepubliceerd, met teksten die in eenvoudige bewoordingen uitleggen hoe het zit met virus-isolatie, iets wat al bijna 70 jaar geleden had moeten gebeuren. Kern van het verhaal: controle experimenten uitvoeren. dat is iets wat “virologen” tot keldergeleerden maakt, want dit wordt al sinds de ‘virus” mythe niet gedaan. Het komt er op neer dat het “virus” door de virologen zelf in elkaar worden geprutst en dat als bewijs aanvoeren.

Maar als er geen “virus” kan worden aangetoond, waar zoekt de PCR-test dan naar? Waar is dan het bewijs dat dit “virus” de veroorzaker van een “pandemie” is? En waar zijn dan meer dan 5 miljard mensen tegen “gevaccineerd”?

MODERNE “ISOLATIE” VAN SARS-COV-2

Het is leerzaam om een van de meest invloedrijke artikelen zorgvuldig te  bestuderen geschreven over de isolatie en karakterisering van SARS-CoV-2 (1).

Het belang van dit artikel is dat het beweert  de isolatie te documenteren  van SARS-CoV-2 van de eerste patiënt bij wie  COVID-19 werd vastgesteld in Australië. Daarom  neemt het zijn plaats in als een van de meest kritische papers gepubliceerd over de opkomst van SARS-CoV-2 buiten het veronderstelde land van herkomst, China.

Zoals u zult zien, volgen de auteurs van dit artikel (Caly et al.) hetzelfde script als het script dat Enders meer dan zes decennia geleden gebruikte. In de eerste sectie beschrijven ze  de klinische situatie van de betrokken patiënt. Dan komt de jacht op het virus. Zoals altijd: “Materiaal van de eerste nasofaryngeale swab werd gebruikt om een Vero/hSLAM cellijn te enten ” (1).

Vertaald  betekent dit dat een ongezuiverd monster van het slijm van de  neus en keel van de patiënt werden ingeënt in een apencultuur van niercellen. De onderzoekers deden geen poging om te zoeken naar het werkelijke virus of om te testen op het genoom van het virus in het wattenstaafje van de patiënt.  Alleen is er een RT-PCR (reverse transcription polymerase chain reaction) analyse gedaan, die ik  in het volgende hoofdstuk zal bespreken.

In de hoofdtekst van het paper is er geen beschrijving van de werkelijke cultuurmethoden, maar in het ondersteunende materiaal beschrijven de auteurs de gebruikelijke toepassing van een minimaal aanwezig voedingsmedium en de toevoeging van twee antibiotica (gentamicine en amfotericine) in het groeimedium.  Zoals wel is te voorspellen resulteert deze uithongering en vergiftiging van de cellen in celafbraak (de CPE) en de productie van vrijgekomen “virale” deeltjes  in het cultuurmedium.  Dit proces betekent  ook dat, samen met extracellulaire blaasjes/virussen, talrijke bronnen van genetisch materiaal aanwezig zullen zijn in de uiteindelijke cultuur. Deze omvatten eventuele  exogene virussen die de patiënt mogelijk hebben geïnfecteerd (als dergelijke virussen dus zouden bestaan), genetische deeltjes uit het ongezuiverde wattenstaafje van de patiënt, foetaal kalfsserum en de apenniercellen.  Toch doen Caly en collega’s geen poging om te bepalen waar het genetisch materiaal dat is getest vandaan is gekomen.

De auteurs beschrijven vervolgens de  elektronenmicrografen die op de resulterende kweekvloeistof: Elektronenmicrofoto’s van geseclecteerde Vero/hSLAM-cellen  toonden cytoplasmatisch membraangebonden blaasjes die coronavirusdeeltjes bevatten (vak 5;B). Na verschillende mislukkingen om virionen met de karakteristieke franje te  herstellen van oppervlakte spike-eiwitten  bleek het toevoegen van trypsine aan de celkweek medium “onmiddellijk  de virionmorfologie te verbeteren” (1).

Met andere woorden, de deeltjes die de Australische onderzoekers “coronavirussen” noemen omvatten alleen de karakteristieke halo van spike-eiwitten nadat de onderzoekers trypsine   aan het kweekmedium hadden toegevoegd.  Trypsine is een eiwitverterend enzym;  virussen zouden een “jasje” van een eiwit hebben. Het zou redelijk zijn om aan te nemen dat als men een eiwitverterende enzym toevoegt aan deeltjes met een  eiwitcoating, een deel van die eiwitcoating wordt weggevreten,  waardoor  een laatste deeltje overblijft dat er in een  elektronenmicrograaf uitziet alsof  het pieken heeft.  Dit lab-geïnduceerde resultaat is duidelijk, maar zou  geen relatie hebben met  hoe zo’n deeltje eruit  zou kunnen zien in een levend persoon.

Er is maar één rationele, logische en wetenschappelijke conclusie dat men uit dit artikel kan putten: Deze onderzoekers hadden geen idee van wat de Vero/hSLAM-cellen  zou kunnen afbreken.  Bovendien  hadden ze geen idee van waar al het genetisch materiaal waarop ze vervolgens hebben getest, afkomstig zou kunnen zijn.  Tot slot,  ze vonden geen  deeltje  met de karakteristieke morfologie van een coronavirus totdat ze zelf zijn uiterlijk produceerden. Kortom, er is geen bewijs in dit artikel dat een deeltje dat bekend staat als SARS-CoV-2 is gevonden, of dat een virus iets te maken  had met de  ziekte.

In elk gepubliceerd artikel  over de “isolatie” en karakterisering van SARS-CoV-2, is de eerste stap in het experiment het toepassen van de virale cultuur. Elke analyse van het genoom van het “virus” is gedaan op de resultaten   van deze kweekexperimenten, niet op vloeistof die rechtstreeks uit elke zieke persoon afkomstig is.  Conventionele virologen presenteren de CPE (cytopathisch effect) als HET bewijs dat het virus bestaat EN  (een) ziekte veroorzaakt.

Onze  volgende stap is dus om te kijken naar de recente experimenten van Stefan Lanka terwijl hij probeerde de juiste wetenschappelijke studies te doen om precies te begrijpen hoe de CPE’s die virologen rapporteren tot stand komen (2).

Stefan Lanka, een viroloog die wordt gecrediteerd met het ontdekken van het eerste “gigantische” virus dat in een organisme in de oceaan leeft, besloot om het fenomeen cytopathische-effect (CPE) aan een rigoureuze test te onderwerpen. De vraag die hij stelde was eenvoudig :

“Wordt de CPE veroorzaakt door de aanwezigheid van een pathogeen virus, of is het het gevolg van het kweekproces?”

Hier volgt in essentie Lanka’s experiment, gedaan door een onafhankelijk professioneel laboratorium dat gespecialiseerd is in celkweek. Zoals te zien in deze serie foto’s, is elk van de vier verticale kolommen een afzonderlijk experiment. De bovenste foto in elke kolom is genomen op dag één, en de onderste foto is genomen op dag vijf.

In verticale kolom één  werden normale cellen gekweekt met normale middelgrote voedingsstoffen en slechts een kleine hoeveelheid antibiotica. Zoals u kunt zien, noch op dag één, noch op dag vijf werd een CPE gevonden; de cellen gingen door met hun normale, gezonde groei.

In verticale kolom twee werden weer normale cellen gekweekt op een normaal gekweekte voedingsbodem en een kleine hoeveelheid antibiotica, maar deze keer werd 10% foetaal kalfsserum toegevoegd om het medium te  “verrijken”. Toch zijn de cellen in de de cultuur normaal gegroeid, zowel op dag één als op dag vijf.

De derde verticale kolom laat zien wat er gebeurde toen Dr. Lanka’s groep dezelfde procedures gebruikte als die in elk modern isolatie-experiment van elk pathogeen virus dat ik heb gezien worden toegepast.  Dit omvatte het veranderen van het normale voedingsmedium in een “minimaal voedingsmedium ” –  wat betekent dat  het percentage foetaal kalfsserum van de gebruikelijke 10% naar 1% wordt teruggebracht, wat de voedingsstoffen die  beschikbaar zijn voor de cellen verlaagt en de groei afremt, waardoor de antibioticaconcentratie verdrievoudigt en daarmee onder stress komen te staan en uit worden gehongerd.

Zoals u kunt zien, op dag vijf van het experiment, trad de karakteristieke CPE op, waarbij het bestaan en  de pathogeniteit van het virus werden “bewezen”, maar MET DIT VERSCHIL dat op geen enkel moment een pathogeen virus  aan de kweek is toegevoegd.  Deze uitkomst kan alleen maar betekenen dat de CPE een resultaat is  van de manier waarop het cultuur experiment werd gedaan en niet van een virus.

De vierde en laatste verticale kolom is hetzelfde als  de verticale kolom drie, behalve dat voor deze cultuur een oplossing van zuiver RNA uit gist werd toegevoegd.  Dit leverde hetzelfde  resultaat op als kolom drie,  wat opnieuw bewijst dat het  de kweektechniek is – en niet een virus – die de CPE veroorzaakt. De reden voor  het toevoegen van  het  gist-RNA is vanwege de manier waarop het genoom van een “virus” wordt gevonden, een geautomatiseerd  proces dat “uitlijning” wordt genoemd. Het uitlijningsproces  begint met fragmenten van RNA en construeert een theoretisch genoom – een genoom dat  op geen enkel moment in het eigenlijke monster wordt aangetroffen.  Dit genoom bestaat nooit  in een persoon, bestaat nooit intact, zelfs niet in de cultuurresultaten;  het bestaat alleen in de computer, gebaseerd op een uitlijningsproces  dat deze korte stukjes rangschikt in een heel (compleet gemaakt) ‘genoom’. Het is om deze reden dat elk compleet genoom van SARS-CoV-2 wordt aangeduid  als een “in silico” genoom, wat betekent dat een genoom alleen in de computer bestaat. Zolang je  maar genoeg hebt van deze RNA-fragmenten en de sjabloon kunt leveren, kan de computer elk genoom recreëren.

Wetende hoe het uitlijningsproces  werkt, kunnen we  nu ook begrijpen wat het vierde experiment  van Dr. Lanka eigenlijk liet zien. Hij was in staat om aan te tonen dat elk RNA-virusgenoom  kan worden gevonden in de resultaten van de celkweek uit het vierde experiment. 

Maar op geen enkel moment waren deze virussen toegevoegd of aanwezig in het experiment.

Op dit punt  moet het duidelijk zijn  dat het bestaan van SARS-CoV-2 nooit wetenschappelijk is bewezen. En omdat het bestaan van het virus ook nog nooit is aangetoond, kunnen we op geen enkele manier  concluderen dat dit virus ongeacht welke soort ziekte veroorzaakt, bepaalde “varianten” heeft, een bepaald eiwit bevat -in het bijzonder het nu beroemde “spike-eiwit” – of andere kenmerken bezit.

Daarnaast kunnen we  nu onze aandacht  richten op  de COVID-testen.  Als het virus niet is aangetoond, en als de belangrijkste onderzoekers die met de tests  voor het virus kwamen schriftelijk toegeven  dat ze nooit hebben gewerkt met of in het bezit waren  van een daadwerkelijk virus (3), waar zoekt eigenlijk een COVID test dan naar?  Deze vraag  wijst ook op een ander belangrijk uitvloeisel: het begrijpen van de manier waarop COVID-testen zijn gemanipuleerd om  overheidsmaatregelen uit te voeren die grote schade hebben aangericht aan de volkeren van de wereld.

Verwijzingen

(1) Caly L, Druce J, Roberts J, et al.  Isolatie en snel delen van de 2019 nieuw coronavirus (SARS-CoV-2) van de eerste patiënt gediagnosticeerd met COVID-19 in Australië.  Med J Aust.  2020;212(10):459-462. doi: 10.5694/mja2.50569. Epub 2020 1 april.

(2) Lanka S. Voorlopige resultaten: Respons van primaire menselijke epitheliale cellen aan strenge virusversterkingsprotocollen  (ongepubliceerd). April 2021.

(3) Davis I. COVID19 – Bewijs van wereldwijde fraude.  Off-Guardian, 17 november 2020. https://off-guardian.org/2020/11/17/covid19-evidence-of-global-fraud/.


cowan-dr-tom-breaking-the-spell-pdf-for-digital-readingDownload

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *